Karmakoekjes

Heeft er iemand toevallig karmakoekjes gebakken? Ik lust er wel een. Je hebt weleens van die dagen dat alles kapot gaat. Herken je dat? Vandaag was het zo’n dag.

Het begon met mijn bureaustoel. In opperste concentratie redigeerde ik een boek en toen ik bijna klaar was, hing ik voldaan achterover. Een gouden tip: je kunt het je in de zakenwereld niet permitteren om achterover te hangen. Krak! De leuning van mijn stoel brak af en in drie seconden was mijn bureaustoel veranderd in een lounge exemplaar.

Later die dag, op reportage in het Park van de Euromast, fotografeerde ik tijdens het Open Rotterdams Kampioenschap Stoepranden. In deze finale probeerden kinderen, tieners en prominenten ballen op stoepranden te ketsen voor punten. Ik rolde over de grond op zoek naar de beste foto. Blijkbaar is het ergens misgegaan, want het klepje waarmee je de lens beschermt, paste opeens niet meer. De extra lens was verbogen en zat scheef. Out of the blue. Eenmaal thuis peuterde mijn vriend de extra lens eruit met een zuignap en een mes. Meer viel er niet te redden.

En als klap op de vuurpijl brak ‘s avonds, bij het schoonmaken van het toilet – dat moet immers ook gebeuren-, m’n toiletborstel in twee├źn. Hopelijk breek ik ook nog een glas. Dat brengt tenminste geluk.

Foto: Julien Belli

Hersenspinsels

Foto: Hanna Andersson (iHanna op flickr.com)

Vaak geef ik de inhoud weer in mijn eigen woorden. Het lijkt op parafraseren, maar dan anders. Ik vind het leuk om gebeurtenissen en feiten in mijn eigen logica te plaatsen, zodat slechts enkelen me kunnen volgen.
Als ik ‘s avonds op het balkon zit, want dat doe ik af en toe (en nee, ik rook niet), dan zie ik doodgewone dingen en daar koppel ik mijn eigen woorden aan.
Het stelt niet veel voor, maar toch vind ik het leuk om enkele voorbeelden op te schrijven. Hierbij een kijkje in mijn brein.

Het balkon op een achteloze dinsdagavond:

Wat trippelt ze daar lief. Onschuldig. Als een meisje van zes met twee vlechten in haar blonde haar en twinkelende oogjes, omdat ze net het speelgoed van haar broertje heeft afgepakt. Machtig en parmantig dribbelt ze op haar tenen over de kade, haar kont een beetje schuin. Ze heeft alles in de gaten, maar niemand ziet haar gaan. Muisjes bij de Maas opgelet, zonder waarschuw noch miauw speelt zij met jullie leven. En als iemand haar in de smiezen krijgt, kijkt ze lief en zorgeloos op met twinkelende groene ogen en legt ze haar poten over jullie heen. Ik heb niets gedaan.

Het balkon tijdens een naderende onweersbui:

Als een arend op zijn prooi duikt de onweerswolk Rotterdam binnen. Snavel naar beneden, ogen in vuur en vlam. Ik voel de wind van zijn vleugels en krijg kippenvel. Gehuld in flitsen, te trots om hard te rommelen. Wanneer voelt een prooi dat hij wordt aangevallen?

Ik heb iets met roofdieren geloof ik.